site logo

Behandeling

AAA

Neurochirurgische operaties algemeen

De meeste hersentumoren zijn niet volledig chirurgisch te verwijderen waardoor, afhankelijk van de aard van de tumor, nog een nabehandeling nodig is. Sommige hersentumoren zijn moeilijk benaderbaar, doordat de tumor in een hersengebied ligt met een belangrijke functie. Neuronavigatie tijdens operatie kan dan helpen om de veiligste route naar de tumor te bepalen, zodat cruciale hersengebieden zo veel mogelijk ontweken worden. Een andere mogelijkheid is een operatie waarbij de patiënt wakker is zodat er voortdurend gecontroleerd kan worden of de chirurg te dicht in de buurt van belangrijke hersengebieden komt.

Operatie

Bestraling algemeen

Radiotherapie is een behandeling die met behulp van elektromagnetische stralen (kanker)cellen kapot maakt. De hedendaagse technieken maken het mogelijk de radiotherapie zeer gericht toe te dienen, waardoor de bijwerkingen minder ernstig zijn dan in het verleden. Bestraling is een veelgebruikte behandeling om achtergebleven tumorcellen na de operatie te behandelen of  een tumor te behandelen die niet geopereerd kan worden. De deeltjes waaruit de bestraling bestaat zijn bijna altijd fotonen (lichtdeeltjes), soms elektronen of protonen. Vaak vindt bestraling plaats in combinatie met chemotherapie om het effect van de bestraling te versterken. Bij een radicale behandeling is het doel zoveel mogelijk kankercellen, bij voorkeur alle kankercellen, door de bestraling te vernietigen en dus genezing te bereiken. Indien genezing niet mogelijk is, kan bestraling uw klachten verlichten en/of de kwaliteit van uw leven verbeteren of behouden. We spreken dan van een palliatieve behandeling. Voordat de bestraling plaatsvindt, is een aantal voorbereidingen noodzakelijk zoals het maken van een bestralingsmasker, een nieuwe CT-scan en vaak ook een nieuwe MRI-scan.

Radiotherapie behandeling

Chemotherapie algemeen

Chemotherapie werkt doordat de toegediende medicijnen de deling van cellen remmen. Een deel van de cellen in het lichaam deelt zich om oude en/of beschadigde cellen te vervangen. Kankercellen kennen een ongeremde groei. Zij delen sneller dan andere lichaamscellen en zijn daardoor ook gevoeliger voor de remmende werking van chemotherapie. Door de remming van celdeling stopt de groei van de tumor(en). Dit leidt tot afsterven van de tumorcellen zonder dat zij vervangen kunnen worden. Doordat chemotherapie ook de deling van gezonde cellen remt, ontstaan er bijwerkingen bij de behandeling met chemotherapie.

Behandeling

Behandeling per tumorsoort

Hersentumoren zijn op basis van hun kwaadaardigheid in te delen in vier ‘graden’.

  • Laaggradige gliomen (WHO graad I)
    Laaggradig betekent dat de tumor langzaam groeit. Laaggradige gliomen veranderen vaak pas na jaren in gliomen met een snellere groei (hooggradige gliomen). De WHO graad I gliomen zijn in tegenstelling tot de gliomen met een hogere graad  goed in zijn geheel te verwijderen via een operatie.
  • Laaggradige gliomen (WHO graad 2)
    Gliomen hebben de neiging de hersenen in te groeien. Hierdoor is het bij een operatie moeilijk te zien hoe ver de tumor precies doorloopt in de hersenen. Er zijn verschillende subtypen afhankelijk van het type cel waaruit de tumor ontstaan is (astrocytomen, oligodendrogliomen en zogenaamde mengvormen oligo-astrocytomen). Het is belangrijk te realiseren dat een laaggradig glioom niet te genezen is. Indien de afwijking op een MRI-scan wijst op de aanwezigheid van een laaggradig glioom, zijn er diverse behandelingen mogelijk. Het behandelteam  bespreekt bij iedere patiënt welke behandeling voor hem of haar het beste is. Eén mogelijkheid is het “wait and scan” beleid. Dit houdt in dat de omvang  en andere eigenschappen van de tumor (bijvoorbeeld de doorbloeding) om de paar maanden via een MRI-scan in kaart word gebracht. Afhankelijk van de veranderingen daarin kan op gegeven moment een operatie de beste keuze worden. De huidige tendens is overigens om vermoedelijk laaggradige hersentumoren eerder te opereren dan vroeger. De tumor kan in of in de buurt liggen van een hersengebied met een belangrijke functie, zoals de spraak, de motoriek, het gevoel of het gezichtsvermogen. Het is mogelijk om dan te kiezen voor een extra bewaakte operatie. Hierbij wordt de betreffende functie tijdens de operatie voortdurend getest om te voorkomen dat de neurochirurg het hersenweefsel dat verantwoordelijk is voor die functie weghaalt. Dit kan zowel bij een operatie onder narcose als wanneer de patiënt wakker blijft tijdens de operatie (een zogenaamde Penfield procedure). De neurochirurg beslist samen met de neuropsycholoog of een ‘wakkere hersenoperatie’ bij u haalbaar en zinvol is.Als de hersentumor via de operatie is verwijderd, onderzoekt de patholoog het tumorweefsel. Dit onderzoek vormt de basis voor beslissingen over een eventuele nabehandeling.  Na de operatie kan (opnieuw) een “wait and scan” beleid plaatsvinden. De behandeling na de operatie bestaat meestal uit bestraling. Chemotherapie is ook mogelijk.
  • Anaplastische gliomen (WHO graad III)
    Anaplastische gliomen zijn tumoren met een “intermediaire” groeisnelheid. Hiermee bedoelen wij een groeisnelheid tussen de laaggradige gliomen en glioblastomen (WHO graad IV) in. Indien de MRI-scan wijst op de aanwezigheid van een anaplastisch glioom is het eerst zaak na te gaan of het mogelijk is de tumor via een operatie te verwijderen. Het resultaat van het microscopisch en genetisch onderzoek van het tumorweefsel bepaalt welke (na)behandelingen noodzakelijk zijn. Hierbij speelt een specifieke genetische afwijking (de zogenaamde 1p19q co-deletie) een belangrijke rol. Is deze genetische afwijking niet aanwezig, dan is een bestraling de beste optie na de operatie.  Bevatten de tumorcellen de 1p19q co-deletie wel, dan volgt na de bestraling nog een behandeling met chemotherapie. Dit met als doel uw leven te verlengen. Indien een operatie niet mogelijk is, bestaat de behandeling uit alleen bestraling of chemotherapie.
  • Glioblastomen (WHO graad IV)
    Het glioblastoom is het meest agressieve en snelst groeiende type hersentumor. Indien de MRI-scan wijst op de aanwezigheid van een dergelijke tumor volgt een tumorbiopsie of een tumordecompressie. In het laatste geval wordt met een operatie het grootste deel van de tumor weggenomen. Bevestigt het microscopisch onderzoek de diagnose glioblastoom, dan volgt een intense (na)behandeling van 7 weken radiotherapie gecombineerd met chemotherapie (temozolomide). Deze chemotherapie (in de vorm van dagelijks in te nemen tabletten) heeft als doel de bestralingseffecten te versterken. Hierna volgt nog een nabehandeling van 6 maanden met alleen temozolomide. De behandeling heeft als doel uw leven te verlengen. Genezing is helaas genoeg niet mogelijk. Ook bij glioblastomen speelt een specifiek kenmerk van de tumor een rol, namelijk de aanwezigheid van het eiwit MGMT. Is het MGMT eiwit niet meer aanwezig, dan lijkt het glioblastoom gevoeliger te zijn geworden voor de effecten van chemotherapie.

Login portal voor professionals