site logo

Extra informatie

AAA

Erfelijkheid

Bij 5 tot 20 van iedere 100 mensen met dikke darmkanker speelt erfelijkheid (genetische aanleg) een belangrijke rol in het ontstaan van de ziekte. De meest voorkomende erfelijke vormen van darmkanker zijn het Lynch syndroom en Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP). Het Lynch syndroom is het gevolg van een verandering (mutatie) in het DNA die het ontstaan van kwaadaardige poliepen bevordert. Mensen met een mutatie voor het Lynch syndroom hebben een kans van ongeveer 60-70% om ooit dikke darmkanker te krijgen. FAP is een aandoening waarbij honderden poliepen in de dikke darm voorkomen. Deze poliepen ontstaan vaak al op jonge leeftijd. Behalve in de dikke darm kunnen de poliepen ook in de twaalfvingerige darm en in de maag ontstaan. Het risico dat uit de poliepen kanker ontstaat, neemt toe met de leeftijd. Uiteindelijk zal vrijwel iedereen die FAP heeft dikke darmkanker krijgen.

In geval van familiaire (erfelijke) aanleg voor dikke darmkanker, of als u dikke darmkanker krijgt op jonge leeftijd (voor het 50e levensjaar), kunt u het advies krijgen om een klinisch geneticus te raadplegen. Deze kan laten onderzoeken (via bloedonderzoek) of er bij u sprake is van een genmutatie. Blijkt dit het geval te zijn, dan kan dit gevolgen hebben voor uzelf en/of voor uw eerstegraads familieleden.

Cijfers en feiten

In Nederland krijgen per jaar ongeveer 9000 mensen te horen dat zij dikke darmkanker hebben. De zieke komt iets vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. De meeste patiënten zijn ten tijde van de diagnose tussen de 60 en 79 jaar oud. Patiënten met dikke darmkanker in stadium I hebben de meeste kans de ziekte te overleven. Bijna alle patiënten (ruim 95%) met dikke darmkanker in stadium I zijn na 3 jaar nog in leven. Van patiënten met uitzaaiingen naar andere organen (stadium IV) is 40-60% na 1 jaar nog in leven en ruim 10-40% na 3 jaar, afhankelijk van de uitgebreidheid van de ziekte en afhankelijk van de behandelmogelijkheden.

Nuttige websites

Cijfers en feiten

In Nederland krijgen per jaar ongeveer 9000 mensen te horen dat zij dikke darmkanker hebben. De zieke komt iets vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. De meeste patiënten zijn ten tijde van de diagnose tussen de 60 en 79 jaar oud. Patiënten met dikke darmkanker in stadium I hebben de meeste kans de ziekte te overleven. Bijna alle patiënten (ruim 95%) met dikke darmkanker in stadium I zijn na 3 jaar nog in leven. Van patiënten met uitzaaiingen naar andere organen (stadium IV) is 40-60% na 1 jaar nog in leven en ruim 10-40% na 3 jaar, afhankelijk van de uitgebreidheid van de ziekte en afhankelijk van de behandelmogelijkheden.

Nuttige websites

Login portal voor professionals