Terugblik Symposium Supportive care in de oncologie 2026
Op donderdagavond 5 maart vond het symposium ‘Supportive care in de oncologie – over de preventie en management van bijwerkingen’ plaats in de ECI Cultuurfabriek te Roermond. Dit symposium werd georganiseerd door OncoZON in samenwerking met de Dutch Association of Supportive Care in Cancer (DASCC).
Tijdens deze informatieve avond werden zorgprofessionals bijgepraat over de preventie en management van pijn, neuropathie en mucositis, evenals over de samenhang tussen toxiciteiten. Zo’n 110 medisch specialisten uit verschillende disciplines, verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen, casemanagers en andere zorgverleners die in hun dagelijkse werk te maken hebben met supportive care waren hierbij aanwezig. De belangstelling kwam niet alleen uit het OncoZON-netwerk, maar ook van daarbuiten.
Het symposium begon met een lichte maaltijd, waar deelnemers informeel konden netwerken en ervaringen uitwisselen.De opening van het symposium werd verzorgd door Art Vreugdenhil (n.p. internist-oncoloog & bestuurslid DASCC) die de aanwezigen welkom heetten. Vervolgens gaf Corina van den Hurk (senior onderzoek Santeon Ziekenhuizen & bestuurslid DASCC) een introductie presentatie over de Multinational Association of Supportive Care in Cancer (MASCC) en de Dutch Association of Supportive Care in Cancer (DASCC), de Nederlandse tak van MASCC, en hun missie en activiteiten.
De eerste inhoudelijke presentatie stond in het teken van pijn bij kanker. Janna Schoenmaekers (longarts en kaderarts palliatieve zorg, MUMC+) benadrukte dat pijn vaak voorkomt (bij 55% van de patiënten tijdens de behandeling) en dat pijnbestrijding personalized medicine is. Voor iedere patiënt is een op maat gemaakte behandeling nodig, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met bijwerkingen van een opioïd, slikfunctie, nierfunctie en obstipatie. Ook vertelde zij over het opkomende gebruik van methadon en andere lokale behandelopties wanneer ‘normale’ pijnstilling onvoldoende effect heeft. Het palliatief kan ondersteuning bieden bij complexe problematiek.
Daarna nam Floortje Mols (universitair hoofddocent Tilburg University) de deelnemers mee in de preventie en management van neuropathie. Chemotherapy-induced peripheral neuropathy (CIPN) is zenuwschade veroorzaakt door chemotherapie en komt voor bij 30-60% van de patiënten. De klachten kunnen maanden tot jaren aanhouden en hebben een grote impact op kwaliteit van leven, slaap, angst/depressie en werk. Helaas zijn er maar weinig effectieve behandelopties. Preventie richt zich op dosisreductie (met mogelijk verminderde oncologische uitkomst) of hand- en voetkoeling, wat veelbelovend lijkt. Het management omvat behandeling met duloxetine, capsaïcine(pleisters), acupunctuur en psychologische interventies zoals Acceptance and Commitment Therapy (ACT).
Na de pauze ging Philo Werner (internist-oncoloog en voorzitter transmuraal palliatief team, VieCuri) in op mucositis en gastro-intestinale toxiciteit ten gevolge van systeemtherapie. Mucositis komt bij 20-40% van de patiënten voor en kan veel ongemak veroorzaken. Het is belangrijk alert te zijn op infectiecomplicaties en tijdig in te grijpen. Het klinische beeld kan soms afwijken van de ervaren pijnklachten, waardoor adequate pijnstilling vroegtijdig gestart moet worden. Bij neutropenie en diarree dient ook gedacht te worden aan typhlitis; laagdrempelig een CT-scan uitvoeren kan hierbij cruciaal zijn. Verder werd benadrukt dat genetische screenings, zoals DPD- en UGT1A1-tests, geen volledige garantie bieden tegen toxiciteit, maar wel inzichtelijk kunnen zijn.
De laatste presentatie werd verzorgd door Tonneke Beijers (internist-oncoloog, MUMC+) over de samenhang van toxiciteiten. Zij gebruikte een metafoor: losse stenen (één toxiciteit) zijn prima te dragen, maar als je meerdere stenen (meerdere toxiciteiten) tegelijk moet dragen, wordt lopen moeilijk. In studies wordt veelal gefocust op graad 3 en 4 toxiciteiten, maar ook graad 1-2 toxiciteiten doen er toe. Verder legde zij uit dat symptomen kunnen samenhangen en elkaar kunnen beïnvloeden in clusters, wat een negatieve invloed heeft op de kwaliteit van leven. Het vinden van balans en het afstemmen van de behandeling op de individuele patiënt is essentieel, waarbij continue monitoring van toxiciteiten van groot belang is.
Tot slot werd het symposium afgesloten door Art Vreugdenhil met de boodschap dat goede supportive care essentieel blijft om bijwerkingen te beheersen en de kwaliteit van leven van patiënten te behouden. Het symposium bood een waardevolle gelegenheid om kennis te delen, nieuwe inzichten op te doen en de regionale samenwerking in de supportive care te versterken. De actieve discussies na iedere presentatie maakten de betrokkenheid en interesse van de deelnemers duidelijk! Dank aan alle sprekers, aanwezigen en onze sponsoren.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |





